Een bijzondere werkdag. Ik reis met de trein naar Noord-Nederland om een vriendin te bezoeken. Het is een treinreis van netto 2,5 uur, dus ik heb heen en terug 5 uur de tijd om allerlei ‘bureauwerk’ te doen. Ik heb de juiste spullen bij me en vind een prettig plekje. Bijna nergens werk ik zo geconcentreerd als in de trein; voordat ik het weet, moet ik er altijd alweer uit, helaas. Vandaag gaat het anders. Na drie kwartier komen er tegenover mij twee dames zitten, 70+ zo te zien. Nog tien jaar, dan ben ik ook ruim op die leeftijd. Als giechelende schoolmeiden komen ze binnen. Ze doen hun best om hun  geschater in te houden, maar dat lukt niet. Ze proesten het uit (taalgebruik Cissy van Marxveldt, voor wie dat nog iets zegt). Ik: Dit ziet eruit als een dagje uit! Dame 1: Hoe weet u dat? Ik: Het is herkenbaar voor iemand die ook weleens met vriendinnen op stap gaat. Zo komt er een gesprek op gang en al snel wordt duidelijk dat Dame 1, die als enige aan het woord is terwijl Dame 2 wat besmuikt lacht, in het onderwijs gewerkt heeft. En dan weet je het wel… Dan gaat het gesprek al snel over de noodzaak om het onderwijs weer in betere banen te leiden, over het veel te veel werken met digitale middelen, over kinderen die zich niet meer kunnen concentreren. Dame 1: Dat vindt u toch zeker ook? Ik: Nou nee… Ik zie op scholen prachtige dingen gebeuren, en ik zie net als in alle tijden dat er ook dingen niet goed gaan en dat we daar dan weer van leren. Dame 1: Maar al die iPads en smartphones, dat kan toch niet goed gaan? Zoveel mensen krijgen burn outs, er is gewoon veel te veel informatie!  Ik: Ik denk niet dat die burn outs daardoor komen. Dame 1: Ja, u praat gewoon alleen maar positief! Ik: Ja, maar dat ben ik ook. Al die digitale middelen heeft onze generatie uitgevonden, en de generaties onder ons gebruiken ze nu; wat hadden we dán bedoeld? Gelukkig denken scholen goed na over de kansen en de risico’s ervan en doen ze hun best de leerlingen zich daarvan bewust te laten worden. Dame 1: Ja, zo kun je alles wel goed praten. Wil ik iets goed praten? Nee. Ik wil elke generatie de ruimte geven om zichzelf te zijn en om de eigen dingen te doen. Dat gaat in elke generatie met vallen en opstaan. Feedback vanuit het verleden helpt, vooruitkijken naar de toekomst ook. Successen uit het verleden geven geen garanties voor de toekomst! Even later blijkt dat ook de dame aan de andere kant van het gangpad (Dame 3, tegen de 80, denk ik) in het onderwijs gewerkt heeft. Zij karakteriseert ons gesprek als een typisch onderwijsgesprek. Vervolgens raakt zij in discussie met Dame 1 over de vraag of de kinderen die naar de LOM-school gingen daar naartoe gestuurd werden door de pastoor, of na een test. Het is duidelijk dat de informatie uit het verleden door de tijd ook vervormd raakt. Daarom is het goed om je op een gegeven moment te beperken tot het vertellen van ervaringen en je te onthouden van een oordeel. Vertellen en vragen stellen, dat is de kunst als je de rijkdom van je senioriteit met anderen wilt delen. Dat biedt kans op een waardevolle invloed.