Het loopt tegen het einde van het schooljaar. Toetsweken, overgangsvergaderingen, schoolreizen, sportdagen, een examenramp. In deze tijd van het jaar is altijd veel spanning voelbaar:
Ga ik over en kan ik kiezen wat ik graag wil doen?
Krijg ik volgend jaar de uren, het rooster, de taken en de groepen die ik graag wil?
Zal ik op tijd de formatie rond hebben en komt het rooster op tijd af?
Heb ik over het afgelopen jaar het overzicht over al mijn scholen behouden?
Kan ik erop vertrouwen dat de bestuurder zijn werk goed doet?
Op alle niveaus in de school zijn mensen bezig met ‘hun ding’. Die dingen raken elkaar op allerlei manieren, waardoor iedereen van elkaar afhankelijk is. En zo hoort het ook in een goede organisatie. Wederzijdse afhankelijkheid vraagt om verantwoordelijkheid nemen. Je ‘ding’ brengt verantwoordelijkheid met zich mee en er mag je gevraagd worden daarover verantwoording af te leggen. Om dat goed te doen, is overal in de school het goede gesprek nodig, de dialoog over hoe ‘je ding’ vordert, waar je tegen problemen oploopt en wie je daarbij nodig hebt, en waar je succes hebt.

In het kader van het project Leren Verbeteren begeleid ik een aantal scholen verspreid over het land, waarvan de Inspectie gezegd heeft dat er sprake is van zwakte of waar is aangegeven dat er risico’s bestaan voor de kwaliteit. Op de meeste van deze scholen zien we als begeleiders blinde vlekken in het systeem van de onderlinge afhankelijkheid en de lijn in de verantwoordelijkheden. Zo kan het gebeuren dat je een goed leerlingvolgsysteem hebt aangeschaft, ingericht, in werking hebt gebracht – en dat het niet door iedereen goed en tijdig wordt ingevuld. Het komt voor dat er een prachtig strategisch beleidsplan is, maar dat de kwaliteitskalender ontbreekt. Je ziet dat er afspraken zijn over pedagogisch-didactisch handelen, en dat niemand eigenlijk weet in welke mate deze afspraken worden nagekomen. In al die gevallen constateren we dat ‘mijn ding’ en ‘jouw ding’ elkaar raken. Dat het ene ding zonder het andere geen betekenis heeft, omdat je samen aan een groot geheel werkt.
Zelf zie je je blinde vlek natuurlijk niet. Buitenstaanders komen langs, kijken rond, praten met alle betrokkenen, bekijken beleidsplannen, kwaliteitskalenders en onderwijsleersituaties en analyseren de verbanden, samen met de mensen uit de school. Dat leidt in veel gevallen tot eye-openers, en daarmee tot optimisme over nieuwe kansen en mogelijkheden. Wat is het mooi om daaraan bij te dragen!

Zo tegen het einde van het schooljaar hebben scholen minder tijd voor contact met adviseurs, zodat ik wat tijd heb om over deze dingen te mijmeren. Nog een paar drukke weken en dan komt onderwijsland tot rust. Welverdiende rust, om energie op te doen voor het nieuwe jaar. Steeds weer ben ik onder de indruk van al die docenten die met al die kinderen aan het werk zijn. Als de dingen op en in orde zijn, ontstaat er prachtig onderwijs. En dat verdienen onze kinderen. Ik heb er alweer zin in!

Fijne vakantie!