Oeganda is niet alleen qua natuur en cultuur een totaal andere wereld dan we gewend zijn, dieper kijken in het onderwijs levert ook bijzondere inzichten op. In oktober was ik er twee weken voor een project (zie www.joannefoundation,nl), en in dit kader kon ik ook een aantal scholen bezoeken.

De scholen in het door ons bezochte deel van Oeganda, zowel de staatsscholen als de private schools, werken onder totaal andere condities dan onze scholen. Er is veel minder geld, en docenten moeten veel meer uren maken. Een leerkracht in het primair onderwijs, van wie de leerlingen alleen een paar schriften hebben en die geen stapel leerboeken in de kast heeft liggen, schrijft elke avond de opgaven in elk leerlingenschrift (en dat zijn er zo’n zestig per klas). Het curriculum hangt rondom aan de muren van het lokaal. Vijfjarigen schrijven prachtig, ook al botst hun arm voortdurend tegen die van de buren.
Op een private secondary school werken de leraren van tien over zeven tot ‘s avonds tien uur (lessen, samen eten, ondersteuning bij huiswerk maken en zelfstudie) en hun voorbereiding doen ze ‘s ochtends tussen vijf en zeven.
In Nederland zijn we druk (en goed) aan het nadenken over onderwijs dat leerlingen actiever en reflectiever maakt. In Oeganda is het leren vooral reproductief. Wel zijn de leraren ondanks alles in staat al hun leerlingen te kennen en te weten wat elke leerling nodig heeft. Het gegeven dat ouders onderwijs lang niet altijd belangrijk vinden (grotendeels uit onwetendheid) en dat ouders ook vaak niet in staat zijn hun kinderen goed te verzorgen, op te voeden en te ondersteunen, leidt ertoe dat docenten vaak ook een ouderrol vervullen. Een van de directeuren zei het erg mooi: ‘Being a parent is different from being parental’. Parental zijn is voor veel docenten een extra taak, die ze met liefde vervullen.
Opvallend en mooi vind ik het dat scholen heel duidelijk hun missie kenbaar maken. In elke directiekamer hangen de missie, de visie en de strategische uitgangspunten. Ook is de missie altijd buiten aan de poort al te zien. Jaarthema’s fungeren als rode draad in het onderwijsjaar. Dat zorgt voor een zich steeds hernieuwende focus. 
Eigenlijk zijn de twee onderwijsculturen kwalitatief niet te vergelijken. Daartoe doe ik dan ook geen poging. Maar zo’n reis relativeert wel. Onze stress steekt scherp af tegen hun ontspanning, onze haast tegen hun geduld, onze wensen tegenover hun tevredenheid met weinig middelen (geen boek? toch een mooie les!). Maar ook: onze ruime mogelijkheden tegenover hun overleven, onze faciliteiten tegenover hun schaarsheid, onze salarissen tegenover hun vergoeding.
Hoe mooi is het om jonge mensen uit Nederland tegen te komen die zich inzetten voor de Oegandese jongeren! Een 15-jarig meisje dat haar opdracht vanuit tweetalig vwo (leerjaar 4) om een Engelstalige stage te organiseren wil uitvoeren in Oeganda, omdat ze voelt dat ze daar nodig is. Ze loopt stage op een school voor speciaal onderwijs, overnacht in een vertrek waar de beesten over haar voeten lopen. Hoe vinden haar ouders dat, dat ze alleen naar Oeganda wil op deze leeftijd? Ze vinden het moeilijk, maar vinden een oplossing: moeder gaat de hele periode van drie weken mee, logeert in een B&B in de buurt. Zo kan de leerling haar hart volgen. Deze jongeren zijn onmisbaar voor het streven naar meer evenwicht in de wereld van de toekomst.
Ik ben weer terug, vele ervaringen rijker. Ik heb heel veel geleerd.